- Uit: achtergrond informatie
Pogingen tot het aantrekken van contractarbeiders
In november 1856 schreef de minister van Koloniën aan de voormalige gouverneur van Suriname, Schmidt auf Altenstadt, dat hij toestemming gaf voor een proefproject om zowel Chinese als Madeirese arbeiders naar Suriname te halen. Planters zouden daarbij de helft van de kosten terugkrijgen.
Het plan was om te onderzoeken of het goedkoper en efficiënter zou zijn een schip te charteren dat via Madeira naar Suriname voer. Scheepvaartmaatschappijen in Amsterdam werd gevraagd of zij bereid waren schepen, bestemd voor Suriname, via Madeira te laten varen om daar immigranten te werven. Meerdere maatschappijen stemden in, mits de overheid alle kosten voor de immigranten betaalde. Er werd geen vrachtvergoeding toegekend, alleen een dagvergoeding van 60 à 70 cent per immigrant.
De viceconsul op Madeira moest tijdig bericht ontvangen over iedere verzending, zodat de arbeiders binnen drie dagen konden inschepen. Na aankomst in Suriname werden de immigranten aan de overheid overgedragen, die hen onder toezicht verhuurde aan particuliere planters. Na afloop van het contract konden zij op kosten van de overheid terugkeren naar huis. Een apart onderzoek naar het werven van arbeiders op de Azoren en de Canarische Eilanden pakte ongunstig uit; de Nederlandse viceconsul in San Miguel raadde het af.
