- Uit: verhalen van uit boek
Madeirinha – Een stukje thuis aan de Waterkant
Om recht te doen aan de zichtbare aanwezigheid van de Madeirese gemeenschap in het stadsbeeld, introduceren we de term Madeirinha (Klein Madeira). Dit deel van Paramaribo vormde het economische en sociale hart van de Madeirese gemeenschap.
Opa leunde achterover in zijn stoel en wees met zijn pijp naar een oude plattegrond van Paramaribo aan de muur.
‘Zie je dat stuk daar, tussen de Waterkant, de Saramaccastraat, de Zwartenhovenbrugstraat en de Gravenstraat? Dat noemden we vroeger Madeirinha, zei hij zacht. ‘Een beetje van thuis, hier ver vandaan.’
‘Waarom noemden ze het zo?’ vroeg de kleindochter nieuwsgierig.
Oma glimlachte en streek over haar theekopje. ‘Klein Madeira,’ zei ze. ‘Daar rook alles naar vers brood, sterke koffie… en naar verhalen. Iedereen kende elkaar, zelfs als je elkaar nog nooit had gesproken.’
Opa schudde zijn hoofd. ‘Verhalen misschien, maar niet alles was mooi. Het was hard werken, vaak te hard.’
Oma keek hem scherp aan. ‘Ja, hard werken… maar ook warmte, liefde. Er waren lach en muziek, ook tussen de stenen en de winkels.’
‘En kwamen jullie daar alleen?’ vroeg de kleindochter.
‘Nee,’ zei oma. ‘Libanezen, Chinezen… een hele mix. Maar weet je waar we elkaar echt tegenkwamen? In de Rosakerk. Onze eigen vleugel voor Heilige Antonius. Daar werd gebeden, gepraat, getroost… soms met tranen, soms met gelach.’
Opa tikte met zijn pijp op de tafel. ‘De Saramaccastraat was een komen en gaan. Mensen uit het binnenland, van de plantages… Handelaars, kooplui, gelukzoekers. Achter de winkels woonden de minder bedeelden, maar iedereen hoorde erbij. Iedereen. Ook al hielden we niet altijd van elkaar.’
‘Was het daar altijd druk?’ vroeg de kleindochter.
Oma leunde iets voorover, haar stem zacht maar levendig. ‘Druk… ja, maar vol leven. Iedereen had een verhaal, een lach of een traan. Soms hoorde je muziek uit een winkel, soms het geluid van een kind dat rende.’
Opa mompelde: ‘En soms ruzie. Soms honger. Niet alles is zoals oma zegt.’
‘O ja,’ zei oma, licht lachend. ‘Maar dat hoort er ook bij. Dat maakt het echt. Echt en menselijk.’
‘Daar, in Klein Madeira, daar groeiden wij op,’ zei opa zachter, bijna fluisterend. ‘We leerden werken, delen, ondernemen. Families kwamen samen, verhalen werden doorgegeven.’
Oma legde haar hand op die van hem. ‘Ons hart, hè. Ons thuis. En dat mag nooit vergeten worden.’
