
|
Naam |
Gregorio dos Ramos |
|
Geboortejaar |
1873 |
|
Geboorteplaats |
Madeira |
|
Datum van overlijden |
1930 |
|
Plaats van overlijden |
Paramaribo |
Gregorio dos Ramos werd geboren op 22 maart 1873, in het eerste uur van de dag, op Madeira. Hij was de zoon van Francisca de Jesus en Francisco dos Ramos. Gregorio kwam uit een groot gezin, als één van zestien kinderen, wat wijst op een levendig en druk huishouden, typerend voor Madeira in die tijd.
Op ongeveer 25-jarige leeftijd, rond 1898, begon Gregorio aan een belangrijke reis en verliet hij Madeira voor Zuid-Amerika. Reizend per stoomboot vestigde hij zich als vrijgezel in Suriname. In Paramaribo startte hij een wijnhandel aan de Jodenbreestraat 3, een centrale locatie die het begin markeerde van zijn ondernemersleven in het nieuwe land. Als vrijgezel nam hij een huishoudster in dienst, Mapo Finkly, een zwarte vrouw, die aanvankelijk zijn huishouden beheerde maar later intiemer betrokken raakte en een kind met hem kreeg, genaamd Jet. Deze relatie kreeg de afkeuring van zijn Portugese vrienden, die hem aanraadden terug te keren naar Madeira om een Portugese vrouw te trouwen. In plaats daarvan reisde Gregorio naar Venezuela, waar hij rond 1900 Adelaide Rodrigues ontmoette. Adelaide, van Venezolaanse afkomst met een Indiaanse moeder en Portugese vader, keerde met hem terug naar Suriname, waar ze hun vijf kinderen opvoedden: Carlos John (20 november 1901), Augustinus William (25 juli 1904), Joao Alfredo (15 augustus 1907), Maria Amelia Adelaide (23 januari 1911) en Lygia (22 juni 1917). Mapo en haar dochter Jet bleven bij het gezin, waarbij Adelaide hen vriendelijk in het huishouden opnam. Naast genoemde kinderen kregen Adelaide en Gregorio nog twee kinderen, die helaas jong overleden zijn: Gregorio Rudolph (25 oktober 1902) en Manoel Ricardo (7 november 1905).
De kinderen van Gregorio en Adelaide kregen aanvankelijk de achternaam van Adelaide. Pas bij hun huwelijk op 29 juni 1915 kregen de kinderen de achternaam dos Ramos. De eerste drie kinderen werden geboren aan de Saramaccastraat E29, de latere kinderen werden geboren op het adres Waterkant A 168. Deze straten liggen in elkaars verlengde, terwijl de Jodenbreestraat een zijstraat is van de Waterkant. Jodenbreestraat 3 was vermoedelijk op de hoek met de Waterkant.
Na de geboorte van zijn eerste twee zonen bracht Gregorio zijn jonge gezin rond 1906 naar Madeira om hen voor te stellen aan zijn familie. Dit bezoek werd gevolgd door een langer verblijf dat begon in 1915, toen hij zijn vrouw en twee dochters meenam voor een vakantie en uiteindelijk besloot te blijven. Zijn zonen sloten zich een jaar later bij het gezin aan, geregeld door een vriend, Antonio Rodrigues. Het gezin woonde ongeveer 11 jaar op Madeira, waar de kinderen naar school gingen en vloeiend werden in Portugees.
Heimwee naar Suriname bracht Gregorio ertoe met zijn hele familie terug te keren, waarbij hij op 23 september 1926 een nieuw paspoort aanvroeg. Op 53-jarige leeftijd werd hij beschreven als 1,77 meter lang met grijs wordend haar en bruine ogen. Bij terugkeer in Suriname, waarschijnlijk eind 1926, hervatte hij het leven in zijn huis aan de Waterkant, waar hij een winkel begon (of voortzette) op de begane grond met de verkoop van kruidenierswaren, Madeira-meubelen, Madeira wijn, gereedschappen en olielampen. In advertenties had de winkel het adres Jodenbreestraat 3. Gregorio vervoerde ook houten palen per boot en importeerde (reeds in 1915) de eerste auto’s in Suriname van het merk Torpedo Ford. Gregorio bood een autodienst aan met twee van deze auto’s, met kenteken 30 en 31. Samen met Rodrigues Commercial Co. verhuurde hij in 1919 tevens een motorboot, Johannis (heette de boot Johannis? Dan een lidwoord voor motorboot en een komma vóór de naam ervan.). Hieruit blijkt dat Gregorio ook tijdens het verblijf op Madeira actief bleef in Suriname.
Gregorio’s tijd op Madeira had blijvende effecten, met name de invloed op het huwelijk van zijn zoon Joao Alfredo met Isaura Sylvester in 1933, die elkaar op Madeira hebben leren kennen. Een andere erfenis van het verblijf op Madeira was dat zoon Carlos later Portugese les gaf en tolk werd voor de Surinaamse douane.
Gregorio’s leven eindigde abrupt op 11 november 1930, op 57-jarige leeftijd, terwijl hij aan het ontbijt zat. De exacte doodsoorzaak blijft onzeker – mogelijk een hartaanval, verstikking of beroerte – maar het gebeurde vier jaar na zijn terugkeer uit Madeira. Zijn vrouw, Adelaide, overleefde hem met ongeveer twaalf jaar. Gregorio’s nalatenschap leeft voort door zijn nakomelingen en de gedetailleerde familiegeschiedenis vastgelegd door zijn kleindochter, Edith Sjaarda – dos Ramos, die zijn avontuurlijke geest en de diverse culturele invloeden die hij in zijn familie bracht, benadrukt.
Door Jan Sjaarda
