
|
Naam |
Francisco Gonsalves Serrao |
|
Geboortejaar |
1853 |
|
Geboorteplaats |
Madeira |
|
Datum van overlijden |
1917 |
|
Plaats van overlijden |
Paramaribo |
Francisco Gonsalves Serrao werd geboren op 29 augustus 1853 op Madeira. Hij groeide op in een traditioneel Portugees huishouden, waar hard werken en familiebanden centraal stonden. Francisco trouwde zijn eerste vrouw, Maria, met wie hij vier kinderen kreeg. Twee van hen, Isabella en Adelaida, zijn reeds op jonge leeftijd op Madeira overleden. De overgebleven kinderen waren Maria (17 april 1876) en Francisco Jr. (geboren 1879). Francisco werd bij zijn aanvraag voor een paspoort in 1891 beschreven als 1,67 meter lang met kastanjebruin haar en ogen met dezelfde kleur.
Op 38-jarige leeftijd, in september 1891, verliet Francisco Madeira met zijn eerste vrouw Maria en hun twee kinderen, Maria en Francisco, om zich in Zuid-Amerika te vestigen. Ze reisden naar Brits-Guyana (toen Demerara geheten) waar ze vriendschap sloten met de familie van Maria Gonsalves. Na de onverwachte dood van zijn eerste vrouw, mogelijk door een hartaanval, trouwde Francisco rond 1895 met Maria Gonsalves, op advies van zijn overleden echtgenote, die haar zeer mocht. Dit huwelijk bracht een nieuwe dynamiek in het gezin, waarbij Maria Gonsalves dezelfde voornaam deelde als zijn eerste vrouw en dochter.
Uit zijn tweede huwelijk met Maria Gonsalves kreeg Francisco zes dochters: Georgetina (18 oktober 1896, Demerara), Adeline (31 juli 1899), Maria Mathilda (28 juni 1901), Beatrice (14 februari 1904, Guyana), Carmina (19 november 1906, Suriname), en Rosa (geboren 1910). Het gezin verhuisde meerdere keren, eerst vanuit Demerara naar Suriname rond eind 1898, waar Francisco een winkel begon, mogelijk aan de Wagenwegstraat (nu Dr. Nassylaan), en later naar andere locaties zoals Zwartenhovenbrugstraat, Koningstraat en Pad van Wanica. Als gevolg van complicaties bij de geboorte van Rosa stierf Maria Gonsalves op 39-jarige leeftijd. Na haar dood, toen hij 57 jaar oud was, bleef Francisco achter met zes dochters, variërend in leeftijd van dertien (Georgetina) tot een baby (Rosa). Hij stuurde Maria Mathilda op negenjarige leeftijd naar een Portugees gezin in de Jodenbreestraat, terwijl Beatrice werd opgenomen door Christina Da Silva en Rosa door een Portugees echtpaar in Saramacca. Georgetina, Adelina en Carmen bleven bij hem.
Francisco runde een kledingwinkel in de Koningstraat en later aan het Pad van Wanica. Hier kwam hij op 14 december 1917 op 64-jarige leeftijd onverwachts te overlijden aan een hartaanval. Hij werd begraven op de begraafplaats aan de Welgedacht A-weg. Zijn dood liet een blijvende indruk na op zijn dochters, die al op jonge leeftijd alleen achterbleven. Door zijn onverwachte dood hadden zij geen goed inzicht in zijn bezittingen en zakelijke belangen en bleven ze in armoede achter. Zij hielden echter contact met elkaar en zijn elkaar steeds blijven steunen.
De nalatenschap van Francisco’s leven weerspiegelt een patroon van migratie en aanpassing, met een nalatenschap die voortleeft door zijn uitgebreide nakomelingen. Zijn dochters en kleinkinderen, zoals Lucretia en Irene (kleindochters via zijn eerste dochter Maria), droegen bij aan de familiegeschiedenis die door zijn kleindochter Edith Sjaarda – dos Ramos werd gedocumenteerd, waarbij zijn rol als patriarch en ondernemer werd benadrukt.
Door Jan Sjaarda
