Domingo Rodrigues

man

Naam

Domingo Rodrigues

Geboortejaar

1852

Geboorteplaats

Funchal

Datum van overlijden

1930

Plaats van overlijden

Paramaribo

 

Domingo Rodrigues werd in 1852 geboren op het Portugese eiland Madeira. Op elfjarige leeftijd, in maart 1863, vertrok hij samen met zijn vader als kolonist naar Suriname. De reis bracht hen naar een nieuwe wereld, ver weg van het heuvelachtige, vruchtbare Madeira, naar een kolonie die voor velen zowel hoop als ontberingen betekende.

 

Bij aankomst koos Domingo voor het werk op het land, zoals zoveel kolonisten uit zijn gemeenschap. Later trad hij in dienst bij de politie, waar hij het bracht tot beambte 1e klasse. Hij diende het land zeven en een half jaar eerlijk en trouw, zonder ooit een dag straf te krijgen of zelfs maar een vermaning van zijn superieuren. Hij had nooit reden tot klagen, en er werd ook nooit over hem geklaagd.

 

Op 35-jarige leeftijd keerde hij terug naar zijn eerste liefde: de landbouw. Hij vestigde zich eerst in Kasabaholo en bouwde daar zijn bestaan op als boer. Later verhuisde hij naar een perceel achter Kwatta, waar hij een welvarende boerderij opzette. Zijn veestapel groeide uit tot meer dan honderd stuks, en zijn bedrijf werd één van de bekendste nederzettingen in de omgeving.

 

Ter gelegenheid van zijn 51ste verjaardag plaatste Domingo een dankbaarheidsverklaring in het dagblad De Surinamer van 8 maart 1903:

 

1852 – Maart – 1903.

Domingo Rodrigues

 

Geboren 1852 op Madeira op 11-jarigen leeftijd hier gekomen en het beroep van landbouwer gekozen, later politiebeambte geworden tot 1e klasse, daarin den Lande 71/2 eerlijk en trouw gediend zonder een dag straf, zelfs niet één standje van zijn chef. Ook nooit redenen gehad tot klagen, evenmin aangeklaagd geworden.

Daarna weder landbouwer geworden en thans reeds 18 jaren boer op zijn eigen boerderij aan de Kasabaholo; vader van 11 kinderen waarvan het oudste 24 jaren is.

Op heden, Zondag 8 Maart, mijn 51ste levensjaar bereikt, waarvan 40 in de kolonie doorgebracht gezond en krachtig, doorloopend mijn brood gehad en nooit zelfs één dag ernstig ziek geweest, zijn mijn hart en mijn gemoed zoo vol dankbaarheid, dat ik mij gaarne uiten wil. Eerst aan mijn God, die mij dit alles gaf, daarna aan de kolonie, d. i. alle mijne mede-ingezetenen, als een aandenken, voor mijne kinderen om hierin mijn voorbeeld te volgen.

Heil allen!

D. Rodrigues

domingo rodrigues

In 1953, bij de herdenking van 100 jaar Madeirezen in Suriname verscheen in het Algemeen Dagblad van 13 Augustus 1953 een redactioneel artikeltje getiteld “Portugezen 100 jaren in Suriname”. Het stuk noemde dhr. N. Corea als hun zegsman. Het stuk eindigde met de zinnen: “In deze honderd jaar hebben zij zich zo geassimileerd met de overige bevolking, dat de kleinkinderen der eerstelingen, behoudens misschien hun naam, geen band of zelfs aanraking hebben met Portugal en vaak niet eens weten dat zij van Portugese afkomst zijn. Zij voelen zich geheel en al Surinamers”

 

Dat gaat zeker op voor het nageslacht van Valentim en Maria. Domingo trouwde een slaafgemaakte, geboren in 1856. Leopoldina trouwde een Nederlandse militair. Leopold’s wederhelft, ook een creoolse, werd in vrijheid geboren, maar stamde uit een slaafgemaakte vader; de moeder was vrijgeboren. Isabella tenslotte, trouwde een in 1855 geboren en in 1856 gemanumitteerde man.

 

In mijn database, nog steeds een werk in uitvoering, heb ik 9 generaties, 721 individuen, die afstammen van Valentim en Maria. De familienamen van hun afstammelingen zijn, naast het oorspronkelijke Rodrigues/z, nu de namen uit alle overige etnische achtergronden in Suriname.

Ik ben een 5e generatie kleindochter van Valentim Rodrigues en Maria Augusta Da Silva en stam van hen af via hun oudste zoon Domingo Rodrigues.

 

Door Sonja Rodrigues

Shopping Cart
Scroll to Top