
|
Naam |
Alberto Fernandes Gouveia |
|
Geboortejaar |
1890 |
|
Geboorteplaats |
Madeira |
|
Datum van overlijden |
onbekend |
|
Plaats van overlijden |
onbekend |
Onderneming William Fogarty Limited
Rond 1885 begon William Fogarty in Georgetown met een bescheiden onderneming. Met een ezelkar verkocht hij goederen die hij uit Ierland had ingevoerd. In 1892 kocht hij twee bakstenen panden aan Waterstreet, waar hij zijn Wholesale Department Store vestigde. Tegen 1906 was de zaak zo succesvol dat Fogarty uitbreidde en William Fogarty Limited registreerde als besloten vennootschap. Kort daarna opende hij ook een filiaal in buurland Suriname, dat tot in de jaren vijftig zou blijven bestaan.
In oktober 1911 opende de winkel van William Fogarty Limited officieel zijn deuren in Paramaribo. Een lokale krant schreef lovend:
“Men kan niet anders zeggen, dan dat deze fraaie winkel, met uitstalkasten, een aanwinst is voor den Waterkant.” Het lichtgroen geschilderde gebouw was opgetrokken in een aantrekkelijke stijl. Wie binnenkwam, betrad eerst de grote zaal voor de detailverkoop. Daarachter lag, een verdieping hoger, de afdeling voor groothandel, zo ruim en royaal dat het wel op een kerk leek. In het bovenhuis waren ruime, luchtige vertrekken voor het personeel ingericht. Buiten was er een pomp en spuit om in de droge tijd het straatgedeelte voor de winkel nat te houden – een praktisch idee.”

De Fogarty Store in Paramaribo werd gerund door Madeirezen uit Brits-Guyana. Filiaalmanager was Alberto Fernandes Gouveia. Het kapitaal bedroeg anderhalf miljoen gulden.
In 1910 kreeg Fogarty vergunning om tussen 15 augustus en 15 september 1910 met een auto-car ritten door de stad aan te bieden. Voor een bescheiden prijs konden bewoners van Paramaribo niet alleen een automobiel zien, maar er ook in meerijden. Een ritje vanaf de winkel, via Waterkant, Saramaccastraat, Zwartenhovenbrugstraat en Gravenstraat terug naar de winkel kostte voor vijf personen slechts ƒ12,50 per half uur.
In 1911 vond een fel debat plaats bij de Kamer van Koophandel. Er lag een voorstel om vreemdelingen pas na drie tot vijf jaar verblijf toe te laten tot zelfstandig ondernemerschap, uit angst dat zij Surinaamse kooplieden zouden verdringen. Vooral Chinezen werden genoemd als ongewenste concurrenten vanwege hun lage kosten van levensonderhoud.
Goveia, als vertegenwoordiger van Fogarty, sprak in het Engels en keerde zich fel tegen dit voorstel.
Hij stelde: zonder kapitaal geen toekomst, en uitsluiting van buitenlanders belemmert de concurrentie, wat het algemeen belang schaadt. Chinezen, zo zei hij, waren ordelijke ingezetenen die zich in Suriname vestigen, gezinnen vormen en zelfs beter gekleed gaan dan in Demerara. Het beeld dat zij “geen behoeften” hadden, vond hij onjuist. Zijn rede werd door sommigen gezien als propaganda voor Chinezen, maar Goveia benadrukte dat zijn woorden alleen bedoeld waren als antwoord op opmerkingen van de heer De Vries.
Onder zijn leiding werd de handelszaak rond 1914 uitgebreid. Het hoekpand, tot dan al een prachtig winkelgebouw, werd verbonden met het bestaande winkelgedeelte.
Fogarty bleef ook in tijden van economische malaise succesvol. Een krant schreef in 1915:
“De stroom van menschen was zoo groot dat men de hulp van de politie moest inroepen om de kopers bij groepjes naar binnen te laten. De firma Fogarty mag met dit reuzensucces vooral in deze dagen van malaise tevreden zijn. En dit alles heeft zij te danken aan de schitterende reclame welke zij maakte.” In hetzelfde jaar bezocht William Fogarty zelf het Surinaamse filiaal per stoomschip Balantia.”
Niet alleen in handel, maar ook in sport liet de firma van zich horen. In februari 1916 speelden de cricketteams van Fogarty en Bettencourt tegen elkaar op Combé. Opvallend was het grote aantal Madeirese namen in beide teams.
Fogarty’s: J. C. Nobrega, G. P. de Mattos, J. Ramos, J. de Freitas, A. Osanto, G. de Freitas, C. Gonsalves, J. de Silva. In het team van Bettencourts speelde H. Vasconcellos, L. Ferreira, H. de Leon, M. de Freitas, P. Fernandes, J. Nunes, A. Pereira en J. Calderia.
In 1916 maakte Alberto Fernandes Gouveia, destijds filiaalmanager bij Fogarty, de overstap naar Bettencourt. Dit gebeurde nadat de heer Vasconcelles, chef van Bettencourt Ltd., terugkeerde naar Demerara.
Door redactie
